Auteur: Michael Crichton
Titel: Jurassic Park
Taal: Engels
Categorie: fictie
Jaar van eerste uitgave: 1992
Hoe kwam de tekst in mijn bezit: gekregen
Synopsis: Voor wie sinds de vroege jaren 1990 geen enkele film meer heeft gezien: een miljardair wekt met behulp van genetische technologie dinosaurussen terug tot leven om er een themapark mee te openen. De boel loopt gruwelijk fout nog voor er één bezoeker in het park komt.
Welcome to Jurassic Park, want: Ik las dit boek voor het eerst toen ik amper 11 was, en qua vaart en spanning heeft het nog niets ingeboet tegenover toen. De tamelijk complexe onderliggende wetenschap wordt op een begrijpelijke manier uitgelegd zonder dat je het gevoel hebt in een klaslokaal te zitten, de dinosaurussen zelf spatten met brio van de pagina, en een aantal scènes in het boek zijn meesterlijk in hun brutaliteit en horror. Door de grote biotech-reuzen te plaatsen in steden als Palo Alto, is Crichton ook merkwaardig vooruitziend geweest - alleen was het niet per se de biotech die mensen in gevaar bracht door deregulatie, maar de hoge vlucht in IT en communicatietechnologie. Bovendien is het boek een gitzwarte afrekening met (mannelijke) wetenschappers en gepriveligieerden die menen voor God te kunnen spelen zonder gevolgen. Alleen is hier de wraak niet goddelijk, maar onpersoonlijk, vertolkt door de onbeheersbare krachten van levensvormen die tientallen of honderden miljoenen jaren oud zijn, en een scheut chaostheorie.
D-dino droppings? want: Aan de hand van het bovenstaande zou je kunnen denken dat ik 'Jurassic Park' nog altijd een geweldig boek vind. Jammer genoeg is dat niet zo. Er lopen erg veel onderlinge uitwisselbare personages in rond zonder diepgang, en de karakterisering van andere personages is enorm inconsistent (bijvoorbeeld de advocaat Gennaro, die beurtelings de laffe pispaal van de groep is, en dan plots een moedige everyman die goed begrijpt dat het park waarin hij investeerde gedoemd is, en dan weer terug). De kinderpersonages waren wellicht bedoeld om bij de lezer de spanning en empathie op te drijven, maar dat lukt maar deels: Lex (in het boek de jongste van de twee) gedraagt zich meer als een kleuter dan een achtjarige. Maar mijn grootste kritiek is dat het boek zichzelf nogal overschat over hoe clever het eigenlijk is, vooral met Ian Malcolm als mondstuk. Zijn Socratische dialogen over de onbeheersbare kracht van de natuur en de destructieve gevolgen van blind vooruitgangsdenken en kapitalisme voelen als onhandig pamflettisme van een filosofiestudent, wat niet geholpen wordt door het feit dat zelfs John Hammond, de eigenaar van het park, hem eigenlijk nauwelijks tegenspreekt.
Aanbevolen voor: Je kan dit boek niet lezen zonder constant aan de film te denken. Maar dat is eigenlijk niet erg. De film en het boek samen vormen eigenlijk een mooie vergelijkende studie: waar het één tekortschiet, vult het ander aan.
⭐⭐⭐
Geen opmerkingen:
Een reactie posten